Jaarverslag van de secretaris over het jaar 2000
In memoriam
In de loop van 2000 moest afscheid worden genomen van vier Probus-vrienden.
Op 13 januari overleed Albert de Boer, lid vanaf 1980. Vele jaren genoot de club van zijn technische gaven: als enthousiast fotograaf verzorgde hij verscheidene jaren op een geheel eigen wijze bij de opening van het nieuwe jaar een fotografisch jaaroverzicht. Tot slechts enkele dagen voor zijn overlijden was hij volop bezig met de presentatie over 1999. Overeenkomstig zijn wens werd Albert dc Boer in besloten kring gecremeerd.
Op 7 maart overleed Jan van Leeuwen. Hij was, met een korte onderbreking wegens verblijf elders, sinds 1979 Probus-lid en enige jaren een zorgvuldig penningmeester. Bij de discussie in de club over een reglement liet hij zich kennen als een echte jurist. Vele Probus-vrienden en -dames waren aanwezig bij de crematie, waar namens de club Piet Wiepkema afscheidswoorden sprak.
Op 12 augustus overleed Guus Feberwee. Nadat hij eerder In Rotterdam Probus-lid was geweest, trad hij In 1991 toe tot onze club. Verscheidene Probus-leden en dames namen al in de ‘Koningshof’ afscheid van hem en velen uit de Probus-kring waren bij de crematie aanwezig en hoorden daar waardevolle aanvullingen op de eigen herinneringen aan Guus Feberwee. Ook hier sprak Piet Wiepkema namens de club.
Op 19 december overleed Gerben Lenstra. Hij was vanaf de oprichting in 1979 clublid. Vanaf het begin tot 1986 legde hij als secretaris en penningmeester mede de fundamenten. waarop de club tot ontwikkeling kon komen. Vrijwel tot op het laatst was hij een enthousiast deelnemer aan de binnen- en buitenhuis-activiteiten van de club. Het zingen van het Probus-lied, waarvan hij een alom gewaardeerde Nederlandse vertaling had gemaakt, zal hem nog lang in de herinnering doen voortleven. Bij de crematie sprak Piet Wiepkema namens de club.
Zij allen waren trouwe, toegewijde Probus-leden, die zelden of nooit een bijeenkomst misten.
Het past hier ook te gedenken het overlijden op april van Loes Berkhout-Schrijner uit dc kring van Probus-dames. Zij werd in besloten kring gecremeerd.
De overledenen werden in de eerste clubbijeenkomst na ieders overlijden door de voorzitter herdacht met passende woorden en een ogenblik van stilte.
Persoonlijke zaken
Bij het bereiken van de zeventiglange leeftijd op 15 juni maakten verscheidene Probus-leden en dames gebruik van de uitnodiging van Gerrit Licht voor een borrel in ‘In De Oranje Leeuw’.
Bestuurlijke en algemene zaken
Het bestuur vergaderde 12 maal. Herman Lamers en Jurjen Jager namen als excursieleiders vaak deel aan het overleg.
Aan het begin 2000 waren er 27 leden, op 31 december waren er ook 27 leden. Bedroeg dc gemiddelde leeftijd op I januari 77.0 jaar, op 31 december van het verslagjaar was deze 74.2 jaar Vier nieuwe leden traden tot de club toe, nl. Jan Rietman, geïnstalleerd op 1 7 april, Henk Tonk, geïnstalleerd op 25 september, Pieter Schoemaker, geïnstalleerd op 25 september en Erik van Scheijen, geïnstalleerd op 27 november. Als gebruikelijk gaf ieder van hen na de vergadering een kort levensbericht.
Op het einde waren er 34 clubdames.
In de jaarvergadering op 28 februari werden dc jaarverslagen over 1999 van secretaris en penningmeester na een enkele correctie goedgekeurd. Dc contributie werd vastgesteld op f 190 – De kascommissie keurde het jaarverslag goed. Tot leden van dc nieuwe kascommissie benoemd Tim Timmers en Gerrit van der Linde. Jacques Weber nam dc zorgen voor dc diaprojectie en de ringleiding op zich.
Aan het eindc gekomen van hun termijn traden tijdens dc Jaarvergadering als bestuurslid af Gerard Verheul, voorzitter en Piet Kuiper, penningmeestcr. Zij werden opgevolgd door Piet Wiepkema als voorzitter (tot 2003) en Frits Berkhout als penningmeester (tot 2002). In de clubbijeenkomst van 27 november werd het bestuursvoorstel aanvaard om Jurrie Meulenhoff bij de jaarvergadering van februari 2001 te doen opvolgen door Gerrit van der Linde in de functie van secretaris. Over de duur van zijn bestuurstermijn werd nog geen definitieve afspraak gemaakt
Het rapport ‘Over de toekomst van Probusclub Oosterbeek-I ‘, dat einde 1999 aan het bestuur was aangeboden, werd na de bestuurswisseling uitvoerig besproken in dc jaarvergadering. Geconcludeerd werd dat uitbreiding van het aantal actieven tot ca. 30 absoluut nodig is om verzekerd te zijn van voldoende deelname aan de clubactiviteiten, zonder dat dit echter ten koste mag gaan van de kwaliteit van het ledenbestand. Er werd besloten aan het jaarverslag van de secretaris een cijfermatig overzicht toe te voegen van de ontwikkeling van het ledenaantal van de club en van daarmee in verband staande clubactiviteiten. Ook het zoeken naar nieuwe clubleden maakte het noodzakelijk contact te leggen en te onderhouden met de andere Probus-clubs ter plaatse. Besloten werd tot wederzijdse uitwisseling van adreslijsten (vertrouwelijk) en jaarprogramma’s.
Met een kort, actueel, niet aangekondigd praatje van een van dc leden onder het agendapunt ‘Praatjesmaker’ werd getracht het verloop van de clubavonden wat te verlevendigen. Een aantal leden verklaarde zich bereid om zo ‘n praatje te houden.
Over een wijziging van het reglement in de zin dat ook dames kunnen toetreden tot de club werd nog geen afrondend standpunt gevormd.
De betrekkelijk geringe deelname aan de driedaagse excursie was vervolgens aanleiding eerst te discussiëren over de ideeën die over deze excursie leven en daarna hierover een enquête te houden onder leden en dames. Aan dc hand van een voorbereidend stuk vond op 27 november de discussie plaats. Over de resultaten van de enquête wordt in februari 2001 gesproken.
Zoals al vele jaren, kalligrafeerde Janny Jongerius-Visser met groot enthousiasme en zorg de teksten voor het Smoelenboek.
Clubavonden
24 januari: de boerenkool- en/of zuurkoolmaaltijd gezamenlijk met de dames. Ook dit jaar was er een fotografisch overzicht van het afgelopen jaar. Tot kort voor zijn overleiden wijdde Albert de Boer zijn beste krachten aan de totstandkoming van dit clubjaaroverzicht.
28 februari: Jaarvergadering.
27 maart: Casper Jonkman over: Tussen ‘Nu dan heren. een goede reis en ‘lt giet oan’. Historie, ontwikkeling en wetenswaardigheden van de Elfstedentocht.
17 april: Huug Scheer over ‘Ick ben bereidt en vaer met vlijt’
22 mei: Jurjen Jager over ‘Onderzeeboten’.
6 juni: Lex Roselaar over: ‘De terugtocht van het woord’
25 september: Herman Lamers over: ‘Terugblik op de geneeskunde door de eeuwen heen’.
23 oktober, tesamen met de dames: Prof. J.A.M.F. Vaessen over ‘Nieuwe presentaties in het Openluchtmuseum’
27 november: Frits Berkhout ‘Dc regering heeft besloten dat er in 2001 een slavernijmonument komt in Amsterdam. Is dat nodig?’
Onder het nieuwe agendapunt ‘Praatlesmaker’ spraken
Piet Wiepkema over ‘Horizontale erfelijkheid’
Gerrit van der Linde over ‘De eeuw van vader’ (Geert Mak).
Peter Snethlage over ‘Biotechnologie en genetische modificatie’
Jan Rietman over ‘Een Grondwet: aanpassing grondrechten n het digitale tijdperk
De clubavonden werden steeds goed bezocht: de voordrachten gaven geregeld aanleiding tot uitgebreide discussies.
Excursies
26 april, tesamen met de dames: over Ruurlo, waar een cactuskwekerij werd bezocht, naar Vorden en omgeving, met afsluitend een bezoek aan Bronkhorst.
5 Juli: naar de Nieuwbouw van het Nederlands Openluchtmuseum om de tentoonstelling ‘American Dream’ en “Holland-Rama’ te bekijken.
22, 23 en 24 augustus: voor de Driedaagse reis naar de streek op de grens van Groningen en Drenthe werd door een minder grote deelname privévervoer gebruikt in plaats van een bus. De chauffeurs kweten zich nauwgezet en met grote inzet van hun dubbeltaak.
Op de eerste dag bezochten de deelnemers na een koffiepauze in Ommen en een lunch in Ter Apel de glasblazerij in Dalen. Na een bezoek aan het klooster in Ter Apel werd gedineerd en overnacht in Hotel Bieze te Borger.
De tweede dag werd na een bezoek aan Bourtange het land van Bellingwolde doorkruist onder de specialistische leiding van Jurjen Jager. In dc middag bezochten wc de klokkengieterij in Heiligerlee en het museum ‘Slag bij Heiligerlee’. ‘s Avonds leidde een plaatselijke deskundige ons in verscheidene geheimen van Borger en Drenthe in.
Op de derde en laatste dag gingen we via de hunebedden van Drouwen naar het museumdorp Orvelte, waar na een rondleiding en lunch iedereen geruime tijd op eigen gelegenheid kon ronddwalen. Op deze dag werd een onverwacht intermezzo gevormd door een bezoek aan het Bomenpad, waar Joke en Huug Scheer verrasten met een poëtisch hoogstandje van een dochter. Terugreizende werd nog voor thee gepauzeerd in Hotel Mercure/Postiljon in Zwolle.
15 november, tesamen met de dames: Op deze najaarsexcursie werden in Den Bosch-Orthen bij dc firma Pels & van Leeuwen ingewijd in enige geheimen van de orgelbouw en de daarmee verbonden meubelmakerij. Na de lunch in de Raadskelder aldaar leidde de tocht over wegen en weggetjes door de Bommelenwaard. De theepauze was op het Landgoed Groenhoven in Bruchem.
De op 28 december voorgenomen traditionele oudjaarswandeling door Harderwijk moest vanwege het weer worden afgelast en werd verschoven naar 7 februari 2001. Ook In 2000 namen vele Probus-dames deel aan de uitstapjes.
Nevenactiviteiten
Het jeu de boules-spel op de vrijdagochtend, waarvoor Casper Jonkman als coördinator optreedt. genoot ook in 2000 een voortdurende belangstelling.
Jurjen Jager was bereid gezamenlijke wandelingen te coördineren en Piet Kuiper werd fietscoördinator. Onder de naam contactcommissaris begon Huug Scheer in september met het regelmatig aanbieden van een evenementenoverzicht om daarmee leden op een idee te brengen voor een eigen uitstapje. Frits Berkhout en Jurrie Meulenhoff regelden het gezamenlijk schouwburgbezoek met voorafgaande maaltijd. In 2000 kwamen de Probus-dames weer regelmatig bijeen op de eerste woensdagmorgen van de maand.
Slot
Ook in dit verslagjaar kenmerkten saamhorigheid en belangstelling voor ieders wel en wee het clubleven.
J S Meulenhoff, secretaris Oosterbeek, 26 Januari 2001
Dr. J. S. Meulenhoff
Julianaweg 27
6862 ZN Oosterbeek
31 december 1999
Aan het Bestuur van Probusclub Oosterbeek-I
Beste vrienden,
Op uw verzoek hebben wij ons beraden over de toekomst van onze club. Een verslag van onze bevindingen treft u hierbij aan. Daarbij zijn als conclusie enkele adviezen geformuleerd.
Wij stellen u voor om in de bijeenkomst van 28 februari 2000 aan de hand van ons verslag het onderwerp te bespreken, en wel na de bestuurswisseling.
Voorzover het u dienstig lijkt, zijn wij bereid ons verslag in een gesprek met het Bestuur nader toe te lichten. Delen van onze werkstukken (zie onder) zijn als bijlage aan het verslag toegevoegd.
Terwille van de overzichtelijkheid en de toegankelijkheid is de getalsmatige onderbouwing van de problematiek in het eigenlijke rapport alleen beknopt weergegeven. Ze is voor u als bijlage aan het rapport toegevoegd (‘Cijfermatige gegevens’) en ze geeft een goed overzicht van de invloed van de leeftijd op het Probusgebeuren en het verloop daarvan met de jaren.
Met vriendelijke groet, mede namens Jaspar Jonkman en Piet Wiepkema,
Meulenhoff
Bijlagen bij het rapport:
- ‘Kernpunten in de discussie’
- Toelichting op ‘Kernpunten in de discussie’
‘Cijfermatige gegevens’ (over de jaren 1991 tot en met 31.12.1999)
OVER DE TOEKOMST VAN PROBUSCLUB OOSTERBEEK-I
INLEIDING
In de clubbijeenkomst van 27 september j.l. hebben de leden Jonkman, Meulenhoff en Wiepkema het verzoek gekregen om zich te beraden op een visie over de toekomst van de club. Directe aanleiding hiertoe was de bij herhaling in clubbijeenkomsten uitgesproken bezorgdheid over de ontwikkeling van het aantal leden dat in staat is aan alle clubactiviteiten deel te nemen. Het toetreden van zeven nieuwe leden in 5 jaar, waarvan vier voor opengevallen plaatsen (overlijden en vertrek) blijkt te weinig te zijn. Als uitgangspunt dient de standaarddoelstelling, zoals vastgelegd in ‘Probus in een Notendop’. Tegen de achtergrond van de verantwoordelijke en leidinggevende positie die clubleden hebben vervuld, wordt van leden verwacht dat zij elkaars maatschappelijke en culturele belangstelling herkennen en waarderen en bereid zijn tot kennismaking en deelname aan de activiteiten. Men neemt deel, tenzij er overwegende redenen zijn om dat niet te doen.
WERKWIJZE
Na in een openingsgesprek het probleem besproken te hebben, heeft ieder van ons een persoonlijke visie vastgelegd. In gezamenlijk overleg zijn de drie visies samengevoegd tot een opsomming van ‘Kernpunten in de discussie’ en een ‘Toelichting’ daarop. In ‘Cijfermatige gegevens’ (over ledenaantal, het houden van voordrachten en deelname aan excursies) zijn kwantitatieve gegevens over het reilen en zeilen van de club verzameld. Deze drie stukken zijn als bijlage aan het rapport toegevoegd.
Een voorstel over de verdere gang van zaken is in de clubbijeenkomst van 25 oktober j.l aan de leden voorgelegd en aanvaard, namelijk:
aan de hand van genoemde stukken spreken met drie representatief geachte steekproeven van clubleden, te weten:
-jonge leden, minder dan 3 jaar lid van de club (3 leden);
– oude leden, meer dan 10 jaar lid van de club (3 leden);
– excursieleiders (3 leden);
– spreken met individuele leden die dat wensen; van deze gelegenheid heeft één lid gebruik gemaakt;
verwerken van de gespreksresultaten in een eindverslag; aanbieden van het eindverslag aan het bestuur; nadere toelichting bij het bestuur; bespreking van het verslag in de clubbijeenkomst van 28 februari 2000 (na de bestuurswisseling).
Teneinde de situatie beter voorstelbaar te maken zijn de leden in drie groepen verdeeld. De daarbij gehanteerde leeftijdsgrenzen zijn volstrekt arbitrair en uitzonderingen op de getrokken grenzen zijn eenvoudig aan te wijzen.
– ‘actieven’: jonger dan 80 jaar, nemen deel aan alle clubactiviteiten, presenteren op een clubbijeenkomst een voordracht;
– ‘niet-actieven’: 80 – 85 jaar, nemen deel aan de clubavonden, excursies en driedaagse excursie;
– ‘rustenden’: ouder dan 85 jaar, nemen deel aan de clubavonden.
Gemakshalve wordt in het onderstaande uitgegaan van een regelmatige verdeling van de ‘actieven’ over de leeftijdsgroep 65 – 80 jaar.
Tellingen van clubleden en activiteiten zijn uitgevoerd voor het overlijden van Aart Schaberg en hebben betrekking op de situatie op 31.12.1999.
‘Kernpunten in de discussie’ met een ‘Toelichting’ daarop
De kernpunten luiden als volgt:
- Het huidige aantal actieve leden is nu te klein en moet worden uitgebreid.
- Het regelmatig afnemen van het aantal actieve leden moet op effectieve en duurzame wijze een halt worden toegeroepen.
- Behoeven de bekende clubactiviteiten aanvulling of verandering?
- Dient het bestuur individuele initiatieven van leden te stimuleren en in voorkomend geval te ondersteunen?
De kernpunten kunnen worden onderbouwd en nader uitgewerkt:
ad 1. Het huidige aantal actieve leden is nu te klein en moet worden uitgebreid.
Uitgaande van de ‘Cijfermatige gegevens’
– o het ledental loopt op van 22 (1991) naar 28 (1998 en 1999)
– het aantal ‘actieven’ daalt van 19/22 86,4 % (1991) naar 16/28 57,1 % (1999)
– het aantal ‘rustenden’ stijgt van 13,6 % (1991) naar 42,8 % (1999)
– de gemiddelde leefti’d stijgt van 73,7 jaar (1991) naar 77,1 jaar (1999).
ad 2. Het regelmatig afnemen van het aantal actieve leden moet op effectieve en duurzame wijze een halt worden toegeroepen.
Verschillende benaderingen om het gewenste aantal ‘actieven’ vast te stellen, zijn mogelijk:
Uitgaande van de voordrachten door eigen leden
Indien gemiddeld een lid op 65-jarige leeftijd lid wordt en in zijn ‘actieve’ periode driemaal een voordracht houdt, en indien per jaar 6 eigen leden een voordracht houden (maart, april, mei, juni, septemebr, november), dan zijn er in totaal 30 ‘actieven’ nodig [(80 65) x 6) : 3 – 301.
Stel dat van de 30 ‘actieven’ de helft een participerende partner heeft, en dat 75 % daarvan aan de excursies deelneemt, dan zijn er 34 excursiedeelnemers.
Voeg daarbij de deelnemende ‘niet-actieven’ en de ‘rustenden’, deels met partner, tesamen geschat op 5 – 10, dan heeft men 40 – 45 deelnemers, en hebben de excursies ook financiëel een solide basis.
Met andere uitgangspunten kan men gewenste aantallen ‘actieven’ gemakkelijk berekenen, bijv.:
o met voordrachtcijfers uit ‘Cijfermatige gegevens’ , o de meeste eigen voordrachten, nl. 38/44 = 86,3 % , worden gehouden door ‘actieven’
0 55 % van de eigen voordrachten wordt binnen de eerste 6 jaar van het clublidmaatschap gehouden o door rond 17 % van de leden wordt in een jaar een voordracht gehouden, afgerond 5 per jaar o een lid houdt in totaal gemiddeld 2 voordrachten o wie langer dan 15 jaar lid is houdt geen voordracht meer
Dus:
in zijn actieve periode, 65 – 80 jaar, houdt een lid 2 voordrachten, per jaar zijn er 5 eigen voordrachten, dus 75 in 15 jaar, dan zijn er voor de 75 te houden eigen voordrachten 75 : 2 37 ‘actieven’ nodig, enz.
Zijn er volgens bovenstaande berekening 30 ‘actieven’ gewenst, dan worden per jaar 2 leden ‘niet-actief’ en moeten 2 ‘actieven’ toetreden. Blijft men op het huidige aantal van 16 actieve leden, dan is per jaar één nieuw ‘actieve’ nodig. Daarbij moet worden gevoegd compensatie van ledenverlies door overlijden, bedanken of vertrek.
ad 3. Behoeven de bekende clubactiviteiten aanvulling of verandering?
De clubactiviteiten bestaan uit de maandelijkse clubavonden, een voorjaars-, een zomermiddag-, een najaarsexcursie, de oudejaarswandeling en de driedaagse zomerexcursie. Met een gevariëerde invulling van het jaarprogramma dient ieders belangstelling aan bod te komen. Het programma wordt maanden vooruit vastgesteld en is niet flexibel. De maandelijkse clubavonden hebben een traditioneel verloop: huishoudelijk deel, voordracht, discussie, napraten, voorafgegaan en onderbroken door een enkele consumptie.
ad 4. Dient het bestuur individuele initiatieven van leden te stimuleren en in voorkomend geval te ondersteunen?
Nu gaat het om jeu de boules en het gezamenlijk schouwburgbezoek, met voorafgaand gezamenlijk eten. Voor mogelijkheden zoals gezamenlijk fietsen, wandelen, tentoonstellingen, schaken, bridgen is de belangstelling verflauwd.
Met individuele acties in Probusverband kan aansluiting worden gezocht bij de actualiteit.
GESPREKKEN MET DIVERSE GROEPERINGEN
Ledenaantal en ledensamenstelling
In alle gesprekken bleek men overtuigd te zijn van de noodzaak het aantal clubleden te vergroten. Een streefgetal van 28 – 30 ‘actieven’, zoals boven berekend, werd op zichzelf redelijk geacht. Dat betekent vrijwel een verdubbeling van het huidige aantal ‘actieven’, maar dat mag niet te snel gebeuren.
Gewaakt moet worden voor een overstroming door nieuwe leden die enerzijds het karakter van de club abrupt zouden kunnen veranderen, anderzijds de ‘niet-actieve’ en de ‘rustende’ leden zouden kunnen vervreemden van de club. De ervaring van de laatste jaren toont dat vier nieuwe leden per jaar in ieder geval niet als een onredelijke aanwas mag worden beschouwd. Over een maximum aantal nieuwe leden per jaar kan geen uitspraak worden gedaan. Het tot stand brengen resp. handhaven van een regelmatige verdeling van de verschillende leeftijden binnen de ‘actieven’ is wel gewenst, waarbij het aantrekken van jonge leden een speciaal accent heeft.
De club kan een ad hoc toelatingsbeleid voeren, maar in ieder geval moet de jaarlijkse overgang van ‘actieven’ naar de groep van ‘niet-actieven’ gecompenseer worden. Daarbij komt de verliescompensatie door overlijden, bedanken of vertrek.
Het sociale karakter van de club dat tussen dè drie gedefiniëerde ledencategorieën redelijke getalsverhoudingen in acht genomen wordt. Tegenover 16 ‘actieven’staan nu 12 ‘niet-actieven’ + ‘rustenden’, ruwweg een vehouding van 1 : 1.
Het vinden van nieuwe leden is niet alleen een zorg van het bestuur. Het is een zaak voor alle leden om in hun omgeving (woonplaats, professionele en zakelijke relaties, vrienden en kennissenkring) uit te kijken naar candidaten. Een potentiële bron van nieuwe leden vormen Probus-leden van elders die binnen de gemeente zijn komen te wonen. Om dergelijke nieuwe leden te vinde is een wat ruimere blik onmisbaar.
Een suggestie om naast het bestuur een ledenzoekcommissie in het leven te roepen vond weinig bijval, zijnde dit een verschuiving van het zoek- en vindprobleem: het gaat om een activiteit van alle leden, die door het bestuur in bepaalde banen wordt geleid.
Speciale aandacht verdient het opsporen van leden met nu nog afwezige beroepen en/of achtergronden (bijv. alfa-figuren, zelfstandige ondernemers). De vraag of dit ook toelating van vrouwelijke clubleden kan betekenen is grotendeels positief beantwoord. Bezwaren lijken meer gevoelsmatig dan rationeel te zijn. Men heeft oog voor de veranderde maatschappelijke positie van de vrouw, met toenemende arbeidsparticipatie; deze maakt het uitsluiten van vrouwen moeilijk te verdedigen. De toelating van vrouwen zal bijdragen aan verbreding van het blikveld van de club. Wel met de waarschuwing dat niet een enkele vrouw, maar dat meerdere vrouwen in één keer zouden moeten worden toegelaten, zonder dat er een club in de club mag ontstaan. Candidaatstelling van een vrouw dient plaats te vinden op dezelfde gronden als bij mannelijke leden. Alleen de te verwachten bijdrage aan het clubleven telt. Het is wel mogelijk dat bij de vrouwelijke candidaten de maatschappelijke positie meer dan de eventuele professionele positie zal kunnen meetellen.
Clubbijeenkomsten
Op zichzelf vindt men Campman een geschikte plaats van samenkomst en men realiseert zich ook dat buurmans gras altijd groener is. De ligging achteraf lijkt voor sommigen ‘s winters een bezwaar te zijn, maar door carpooling moet in voorkomend geval daarvoor een oplossing zijn. Wel heeft men bezwaar tegen de trage bediening en tegen de interrupties voor bediening. Of een minder formele opstelling van de stoelen zinvol is, wordt betwijfeld.
In principe voldoen de clubbijeenkomsten. Als een bezwaar wordt genoemd het voorspelbare karakter van de bijeenkomst en het ontbreken van de gelegenheid voor meer persoonlijke contacten.
Wat het eerste betreft, zijn er verschillende mogelijkheden, zoals het inlassen van een niet-geprogrammeerde inbreng (enkele minuten tot een kwartier) over een onderwerp waar een clublid recent mee is geconfronteerd en waar hij iets over wil vertellen (bijv. een vacantieervaring) of waar hij andermans opinie over wil horen (bijv. een hem verontlustend persbericht). De benodigde tijd kan gemakkelijk gevonden worden door de bediening van Campman te laten versnellen.
Verschuiving in de richting van een ‘debating club’ wordt niet gewaardeerd, wat niet wegneemt dat in een voordracht het accent wel eens minder op informatie – op basis van veronderstelde kennisafwezigheid – dan op opiniëring – op basis van verschillen van mening of inzicht -e zou kunnen liggen.
Wat het tweede punt – de persoonlijke contacten – betreft, lijkt het instellen van een sociëteit/koffie-uurtje in een café of dergelijke op zichzelf wel geschikt, maar tot meer dan een suggestie – bijeenkomen op basis van persoonlijk initiatief – is het niet gekomen. Voor nieuwe leden zou een dergelijke instelling de kennismaking met andere clubleden kunnen vergemakkelijken.
In plaats van avondbijeenkomsten zijn lunch- en/of middagbijeenkomsten geopperd. De wat moeilijker bereikbaarheid van Campman tijdens de donkere wintermaanden wordt zo omzeild. Het bezwaar van een lunch – een spreker tijdens de maaltijd – verdwijnt bij middagbijeenkomsten, bijv. van 14 uur tot 17 uur.
Opvoeren van de frequentie van de clubbijeenkomsten wordt niet opportuun geacht. Eens per maand acht men een goede afspraak.
Partners van clubleden en partners van overleden clubleden zijn op de gebruikelijke wijze van harte bij verscheidene clubactiviteiten. Hun aanwezigheid daar wordt alom gewaardeerd. Overigens ziin de partners, wat betreft hun deelname aan diverse activiteiten, daartoe geenszins verplicht.
Voor nieuwe clubleden blijken de partners van overleden clubleden wat onduidelijke personen te zijn, waarbij het ontbreken van kennis over het overleden lid een rol spcclt.
buitenshuis
Een onderscheid kan gemaakt worden in formele Probus-activitciten, met name de excursies, waarvoor het bestuur naast de excursieleider mede de verantwoordelijkheid draagt en specifieke activiteiten (bijv jeu de boules en schouwburgbezoek), maar zij worden hier samengenomen, in overeenstemming met de praktische gang van zaken. Met het huidige patroon van buitenactiviteiten is men tevreden. Men realiseert zich dat de fysieke mogelijkheden van de deelnemers uiteen kunnen lopen en dat dit aanpassing van de programma’s kan betekenen, wat wel wederzijds geldt, De figuur van excursieleider wordt een juiste gevonden.
Een uitgebreid scala van specifieke activiteiten kan worden genoemd: wandelen, fietsen, musiceren, dammen, biljarten, snookeren, kegelen, zwemmen, fotografie, enz., enz. Gesuggereerd is wel om ook buitenactiviteiten die door anderen (Natuurmonumenten, IVN, Gelders Landschap) worden georganiseerd onder de aandacht van de clubleden te brengen en in voorkomend geval al of niet met meerdere leden deel te nemen aan zo’n buiten-clubactiviteit. Opzetten van en deelname aan specifieke activiteiten biedt de mogelijkheid om persoonlijke voorkeuren, die in de club niet zo aan bod komen, toch in clubverband te volgen, wat mede de persoonlijke contacten binnen de club ondersteunt en bevordert.
Men vindt dat het bestuur ten aanzien van door clubleden voor clubleden onwikkelde activiteiten een taak heeft: aankondiging in clubbijeenkomsten, convoceren e.d.
Ook hier zijn partners van clubleden en van overleden clubleden van harte welkom en hun deelname wordt alom gewaardeerd.
Diversen
Min of meer losse, maar wel behartigenswaardige opmerkingen uit de gespreksrondes zijn in het onderstaande kort weergegeven:
Men acht de club een sociale club, niet een service-club en evenmin een debating-club. Een enkele keer wordt gewezen op het ontbreken van contacten met andere Probus-clubs in de gemeente. De club lijkt zichzelf genoeg te zijn. Willen we dat?
CONCLUSIES EN ADVIEZEN
– De club is te klein; het aantal ‘actieven’ moet uitgebreid worden tot ca. 30.
– De uitbreiding moet zeer snel beginnen maar wel voorzichtig plaatsvinden.
– Jaarlijks moet het overgangsverlies van ‘actief’ naar ‘niet-actief’ worden gecompenseerd het aantal ‘actieven’.
– Het vinden van nieuwe leden is een zaak van alle leden.
Het openstellen van de club voor vrouwelijke leden verdient aanbeveling.
Het ledenaantal dient onderwerp van voortdurende aandacht en actief beleid van het bestuur te zijn.
– Het verdient aanbeveling om de ‘Cijfermatige gegevens’ jaarlijks bij te houden en te verwerken in het jaarverslag van de secretaris.
De clubbijeenkomsten waren te verlevendigen, bijv. met meer variaiie in de aard van de geleverde bijdragen.
– Individuele clubledenactiviteiten verdienen het te worden ondersteund en in voorkomend geval te worden bevorderd.
Het aanstellen van een ‘contactcommissaris’ kan hierbij effectief zijn.
Partners van overleden clubleden dienen tegenover nieuwe clubleden uit de anonimiteit gehaald te
– De vraag of de club zichzelf genoeg is, dient beantwoord te worden.
Kernpunten in de discussie oktober 1999
Ter discussie met enige groeperingen uit de Probusclub over de toekomst van de club
Wij (C.J., P.W. en J.S.M) trachten op verzoek van het bestuur een visie op de toekomst van de club te ontwikkelen. Voordat deze aan het bestuur wordt aangeboden ter discussie in een huishoudelijke vergadering (uiterlijk februari 2000), willen wij onze visie gaarne toetsen aan de mening van enkele groeperingen binnen de club: recente leden, langduriger leden, reisleiders, overigen) en zo nodig bijstellen en/of aanvullen.
Wij onderschrijven in grote lijnen datgene wat in ‘Probus in een notendop’ is vastgelegd en zien Probus als een sociale club, wat meer is dan een gezelligheidclub.
Met respectering van ieders persoonlijke interessesfeer betekent toetreden tot de club in principe deelname aan alle activiteiten, tenzij er overwegende bezwaren zijn om dat te doen.
Kernpunten in de discussie zijn o.i. :
- Het regelmatig afnemen van het aantal actieve leden moet op effectieve en duurzame wijze een halt worden toegeroepen.
- Het huidige aantal actieven is nu al te klein en moet worden uitgebreid.
Op welke wijze (hoe snel, uit welke maatschappelijke categorieën, enz.) dient dat te gebeuren zonder het karakter van de club ingrijpend aan te tasten en zonder dat de oudere leden overvleugeld worden en van de club vervreemd raken? Ziet u plaats voor vrouwelijke clubleden?
- Acht u de clubactiviteiten, zoals sinds 20 jaar ontwikkeld, voldoende aantrekkelijk voor de zittende leden en voor nieuwe leden?
Herkent u zich in voldoening gevende mate in de vulling ‘van het Probusjaar? Ziet u een aanvulling of verandering als mogelijk of wenselijk bijv. een vaste (naar plaats en tijdstip) mogelijkheid elkaar te ontmoeten?
- Persoonlijke initiatieven worden door individuele leden – incidenteel of op regelmatige basis – ontwikkeld voor deelname door andere leden.
Heeft het bestuur hier (meer dan) een stimulerende en een faciliterende taak?
Toelichting op ‘Kernpunten in de discussie’ oktober 1999
Clubactiviteiten
Traditioneel omvatten de activiteiten van de club als zodanig de maandelijkse avondbijeenkomsten, de voorjaars-, zomer- en najaarsexcursie, de oudejaarswandeling en de driedaagse zomerexcursie. Met een gevariëerd jaarprogramma dienen te gelegener tijd ieders interessen aan bod kunnen komen.
Deelname van partners van leden en van overleden leden aan clubactiviteiten is harerzijds volstrekt vrijblijvend.
Ledenaantal
Het aantal actieven wordt binnen afzienbare tijd te gering om de huidige clubactiviteiten voort te kunnen zetten.
Om een schatting van het gewenste ledenaantal te maken is het gewenst het ledenbestand in drie groepen te verdelen. De daarbij gehanteerde leeftijdsgrenzen zijn volstrekt arbitrair en verscheidene leden behoren niet tot de categorie waarin zij op grond van hun leeftijd geplaatst zijn.
Definities:
Actieve leden: Leden tot 80 jaar zijn actief en presenteren een voordracht op een clubavond en nemen deel aan de clubactiviteiten.
Niet-actieve leden: Leden tussen 80 en 85 jaar zijn niet-actief en nemen deel aan clubavonden, excursies en driedaagse reis.
Rustende leden: Leden ouder dan 85 jaar zijn rustend en nemen deel aan clubavonden.
Met bepaalde vooronderstellingen (zes voordrachten per jaar door eigen leden; drie voordrachten per lid in 15 jaar) kan dan berekend worden, dat het aantal actieve leden (ultimo 1999 is dat 16) bij benadering moet worden verdubbeld.
Ook gegevens uit de clubgeschiedenis maken duidelijk dat het aantal actieven aanzienlijk moet worden uitgebreid.
Momenteel moet ieder jaar tenminste één nieuw lid toetreden om de algemene veroudering op te vangen.
Clubleden doorlopen tijdens hun lidmaatschap de drie leeftijdsstadia; het sociale karakter van de club vraagt dat tussen de omvang van de drie gedefiniëerde categorieën redelijke getalsverhoudingen bestaan.
Vrouwelijke clubleden
De toenemende mate waarin vrouwen in het maatschappelijke gebeuren (in het kader van beroepsuitoefening of anderszins) deelnemen aan het dragen van verantwoordelijkheid maakt het gewenst opname van vrouwen in de club te overwegen.
Persoonlijke initiatieven
Wij denken hier nu aan jeu de boules, schouwburgbezoek (eventueel met voorafgaand gezamenlijk eten), maar de lijst is ver uit te breiden. Voor een deel komen zulke activiteiten ook voor in het inteme clubprogramma. Dat laatste wordt echter ver vooruit opgezet en laat minder ruimte tot het volgen van de actualiteit. Uitgesproken persoonlijke voorkeuren komen niet altijd aan bod. Er is sprake van een aanvulling (op individuele basis) op het jaarprogramma.
Cijfermatige gegevens (1991 t/m 31-12-1999); een samenvatting van en detailtelling over de laatste negen jaar (excusief het overlijden van Aart Schaber)
De detailtelling is integraal aan het Bestuur aangeboden.
Het ledenaantal
Het ledcnaantal loopt van 1991 (n = 22) tot 1999 (n = 28) geleidelijk op tot 26, met een sprong naar 28 in 1998.
Het aantal ‘actieven’ daalt van 19/22 86,4 % (1991) naar 16/28 57,1 % (1999).
Het aantal ‘rustenden’ stijgt van 3/22 13,6 % (1991) naar 12/28 42,8 % (1999).
De gemiddelde leeftijd stijgt van 64,8 jaar (1979) over 73,7 jaar (1991) naar 77,1 (1999).
De voordrachten
Tussen 1991 en 1999 worden 44 voordrachten door eigen leden gehouden, gemiddeld 4,9 per jaar, als volgt verdeeld:
door de ‘actieve’ groep 38 voordrachten = 86,3 %;
– door de ‘niet-actieve’ groep 4 voordrachten 9,9 %;
door de ‘rustende’ groep 2 voordrachten 4,5 %.
Het aantal voordrachten door eigen leden als percentage van het totaal ledental loopt van 3/22 13,6 % naar 4/28 14,2 % per jaar, met een top van 30,4 % in 1992. Na 1994 stabiliseert het percentage naar een getal rond 17 % per jaar.
Het aantal voordrachten per lid loopt van 4 (1 lid), langs 3 (2 leden) en 2 (9 leden) naar naar 1 (16 leden).
Het aantal voordrachten (totaal in 9 jaar 44) in relatie tot het aantal jaren lidmaatschap neemt af van 14/44 = 31,8 % in de eerste 2 jaar lidmaatschap, over 10/44 = 22,7 % in de volgende 4 jaar lidmaatschap tot 11/44 25 % in de volgende 5 jaar en 9/44 = 20,5 % in de laatste 5 jaar; na 16 jaar lidmaatschap wordt geen voordracht meer gehouden.
De excursies
De zomermiddaguitstapjes zijn hier niet meegerekend omdat exacte gegevens ontbreken. De deelname aan excursies (totaal aantal deelnemers, partners niet meegeteld) is als volgt samen te vatten (noemer aantal leden in genoemd jaar):
Voorjaarsexcursie,
| van 16/22 – 72,7 % (1991) over 21/26 Najaarsexcursie, | 80,7 % (1996) naar 17/28 | 60,7 % (1999) |
| van 19/22 86,3 % (1991) over 19/26 Driedaagse reis, | 73,0 % (1996) naar 14/28 | 50 % (1998). |
| van 18/22 81,8 % (1991) over 18/26 | 69,2 % (1996) naar 15/28 | 53,5 % (1999). |
- Aantal deelnemers gesommeerd (met 1997 toegevoegd),
(noemer aantal leden in genoemd jaar x aantal excursies in genoemd jaar)
53/66 80,3 % (1991) over 58/78 74,3 % (1996) en 38/75 50,7 % (1997) naar
43/84 51,2 % (1998) en 32/56 57,1 % (1999, 2 excursies)
De deelname aan excursies per ledengroep is in de tabel samengevat:
|
|
1991 | 1996* | 1997 | 1998 | 1999 |
| ‘actieven’ | 45 | 21 | 32 | 24 | |
| ‘niet-actieven’ | 8 | 12 | 6 | 3 | |
| ‘rustenden’ | 5 | 5 | 5 |
| totaal aantal 53 deelnemers | 58 | 38 | 43 | 32 |
|
maximale deelname$ 66 deelname als percentage |
78 | 75 | 84 | 56 |
| van de maximale 80,3 | 74,4 | 50,7 | 51,2 | 57,1 |
- De detailcijfers per categorie zijn voor 1996 niet geteld.
$ Het aantal leden maal het aantal excursies in dat jaar.
JAARVERSLAG over 1999 van Probusclub Oosterbeek-I
In memoriam
Op 16 december overleed in de leeftijd van 81 jaar Aart Schaberg. Hij was vanaf 1985 lid van de club en trad enige tijd op als waarnemend voorzitter. Aart was een toegewijd en aandachtig lid van de club, die tijdens clubavonden graag met de spreker in discussie trad. Onder de velen die op 21 december de afscheidsdienst in de “Goede Herder Kerk” in Oosterbeek bijwoonden, waren ook tal van clubleden. Op verzoek van de familie waren er geen toespraken door derden, maar in de Nieuwjaarsbijeenkomst van 2000 op 24 januari herdacht de voorzitter Aart met passende woorden.
Persoonlijke zaken
Op 20 augustus ontvingen Caspar en Lies Jonkman de clubleden ter gelegenheid van hun veertigjarig huwelijk in aansluiting op het vrijdagse jeu de boules in ‘t Pannekoekhuis Schaarsbergen. De voorzitter sprak hen namens allen toe.
Bestuurlijke en algemene zaken
Het bestuur vergaderde achtmaal, veelal met Jurjen Jager die als excursieleider optrad. Daarnaast waren er twee bijeenkomsten met de in 1998 ingestelde Lustrumcommissie om organisatorisch de puntjes op de i te zetten.
Aan het begin van het jaar waren er 28 leden, op 31 december waren dat er 27. Bedroeg de gemiddelde leeftijd op 1 januari 76,4 jaar, aan het einde van het jaar was die gestegen tot 77,0 jaar. Er traden geen nieuwe leden toe tot de club.
Er waren op het einde van 1999 34 clubdames.
In de jaarvergadering op 15 februari werden de jaarverslagen van secretaris en penningmeester goedgekeurd. Tot leden van de Kascommissie werden benoemd Gerrit Licht en Tim Timmers. Tijdens de vergadering bleek een breuk te zijn opgetreden met de gewoonte dat ieder jaar een bestuurslid aftreedt. Dit was veroorzaakt door het tussentijds uittreden van Joop Eijkhout (die in 1999 zou hebben moeten aftreden); in november 1996 en het tussentijds intreden van Piet Kuiper als penningmeester. Mede in verband met het naderende lustrum stemde men in met het aanblijven van Piet Kuiper, met de aantekening dat zijn opvolger voor slechts twee jaar zou worden benoemd. Het rooster van aftreden zij duidelijkheidshalve hierbij vermeld – Gerard Verheul in 2000 en zijn opvolger in 2003;
- Piet Kuiper in 2000 en zijn opvolger in 2002;
- Jurrie Meulenhoff in 2001 en zijn opvolger in 2004.
Om in de toekomst zulke onduidelijkheden te voorkomen werd besloten om een uit 1986 daterende reglementstekst in de maartvergadering ter discussie te stellen. Uiteindelijk resulteerde dit in het vaststellen van een Reglement. In de juridische status van de club werd daarbij geen wijziging aangebracht. In de bijeenkomst van 21 juni werd het reglement door voorzitter en secretaris ondertekend, waarna het werd toegestuurd aan de leden.
In de bijeenkomst van 27 september werd het voorstel van het bestuur aanvaard om Gerard Verheul en Piet Kuiper bij de jaarvergadering van februari 2000 te doen opvolgen door Piet Wiepkema als voorzitter (tot 2003) en Frits Berkhout als penningmeester (tot 2002).
Probus Nederland zond aan het begin van het jaar de brochure “Probus in een Notendop” (december 1998) toe, met een samenvatting van gegevens over het reilen en zeilen van Probusclubs. Besloten werd om het boekje aan alle leden toe te zenden.
In de maartvergadering vroeg Caspar Jonkman aandacht voor het afnemende aantal leden dat in staat is de activiteiten van de club mee te maken. Zijn zorgen in het bijzonder voor de continuïteit van de buitenactiviteiten – werden gedeeld door de leden en in de bijeenkomst van 27 september aanvaardden Caspar Jonkman, Jurrie Meulenhoff en Piet Wiepkema de uitnodiging om zich te beraden over de toekomst van de club en daarover op korte termijn verslag uit te brengen. Aan het einde van het verslagjaar ontving het bestuur het verslag met het advies om dit in de jaarvergadering van 2000 met de leden te bespreken. Vanwege de lustrumviering midden in november werd besloten om in 1999 geen najaarsexcursie te organiseren. Jurjen Jager gaf in de loop van het jaar te kennen zijn excursieleiderschap te willen beëindigen. Herman Lamers was zo bereidwillig Jurjen Jager met ingang van het komende jaar te willen opvolgen.
Clubavonden
- 18 januari: de Boerenkool- en/of zuurkoolmaaltijd gezamenlijk met de dames. Joke Scheer nodigde tevoren allen uit tot het inzenden van een trouwfoto of andere gouden herinnering uit vervlogen tijd en liet de aanwezigen genieten van de ontvangen inzendingen. Albert de Boer was weer de grote animator van een beeldrapportage over 1998. Hij vertoonde ook een videoband met opnamen van Arnhem in vroeger tijd.
- 15 februari: Jaarvergadering.
Na afloop vertoonde Peter Snethlage dia’s die behoorden bij de lezing die hij in november 1998 had gehouden over “De Hospitaalridders”
- 15 maart: Piet Wiepkema over “Het nasobeemprobleem; oorsprong en evolutie der neuslopigen”
- 19 april: Jacques Weber over “Een vrouw uit de zestiende eeuw, en haar echtgenoot”
- 17 mei: Gerrit van der Linde over “Filips II”
- 21 juni: Tim Timmers over “De schone kunsten: echt vals”.
- 27 september: Joop Eijkhout (oud-lid) over “Sir Philip Sidney”
- 25 oktober: tesamen met de dames, ir. C Douma (Oud-NS-bouwmeester) over “Stationsarchitectuur 1938 – 1998”
- 18 november: Viering van het vierde lustrum van Probusclub Oosterbeek-I, opgericht 13 november 1979.
Veel leden en clubdames namen deel aan de viering van het vierde lustrum van de club. De lustrumcommissie (Caspar Jonkman, Gerrit Licht en Peter Snethlage) had vlot een aantrekkelijk programma samengesteld, dat door Gerrit Licht als ceremoniemeester vaardig werd geleid. Peter van Osch (Arnhem) praatte over “Kunst en Antiek” en besprak meegebrachte voorwerpen. Tijdens het diner, dat werd voorafgegaan door het zingen van het Probus-lied in de vertaling van Gerben Lenstra, vormde het optreden van de rijwielhersteller Johan Noordmans een verrassing. Het Probus-ensemble (Joke Scheer, Lilian Snethlage en Gees Schönthaler) trad twee keer op. Een aantal van de aanwezigen trokken er met de Probus op uit en lieten ons genieten van een eigen visie op het Probus-gebeuren. De clubavonden werden steeds goed bezocht. Omdat door de verschuiving van de clubavonden van de vierde naar de derde maandag van de maand het ene probleem werd opgelost en het andere gecreëerd, werd besloten werd om in het najaar – vanaf 27 september de clubavonden weer op de vierde maandag te houden.
Excursies
- 5 januari: In plaats van de oudejaarswandeling 1998 vond een nieuwjaarswandeling onder begeleiding plaats en wel naar de binnenstad van Amersfoort. Als gebruikelijk werd de wandeling besloten met een borrel en erwtensoep.
- 14 april: Samen met de dames werd het Fort Rijnauwen bij Bunnik bezocht, waarna in Utrecht op het Domplein werd geluncht, om vervolgens per boot de Utrechtse grachten vanaf het water te bewonderen.
- 6 juli: Wederom met de dames, een bezoek aan de vuilverbrandingsinstallatie van AVIRA te Duiven.
- 24, 25 en 26 augustus: De Driedaagse reis leidde naar de Kop van Noord-Holland, waar vandaan een uitstapje naar Texel werd gemaakt. Op de eerste dag bezochten wij na een koffiestop in Lelystad de Museummolen in Schermerhorn en de Broeker Vaarveiling in Broek-op-Langendijk. Na een rondvaart tussen de landerijen en het inkopen van groenten e.d. op de veiling werd in Motel Wieringermeer gedineerd en overnacht. De tweede dag voerde naar Texel, waar een VVV-gids ons liet kennis maken met o.a. een schapenboet, tuunwallen, de Georgische begraafplaats, de Vermaningskerk in Oosterend en andere kleine plaatsen, Geluncht werd in de “Theodorahoeve” in Den Burg en tenslotte werd het Maritiem & Jutters Museum in Oudeschild bezocht. Op de laatste dag keerden we terug naar Den Helder om het Maritiem Museum, met o.a. de onderzeeboot Hr. Ms. Tonijn en de mijnenveger Hr. Ms. Abraham Crijnsen, te bezichtigen. Na de lunch in Hoorn bracht de Museumstoomtram ons langs Twisk naar Medemblik. De poffertjes die in het restauratierijtuig werden gebakken, vielen als een verrassing bij iedereen in de smaak. Na opnieuw een tussenstop in Lelystad bracht de chauffeur ons linea recta – maar niet in een rechte lijn – naar de gemeente Renkum.
Door onverwachte ziekte van Jurjen Jager had ondergetekende het genoegen om als excursieleider te mogen optreden (hetgeen bekwaam en met creativiteit werd gedaan, aldus de vergadering).
- 28 december: Zonder problemen kon het oudejaar wandelend worden afgesloten en wel in de oude binnenstad van Deventer. Ook nu weer had de wandeling een traditionele afsluiting.
Ook in 1999 namen vele Probus-dames deel aan verschillende uitstapjes.
Nevenactiviteiten
Has Bakker trok zich terug als organisator van het gezamenlijke schouwburgbezoek. Deze taak werd overgenomen door ondergetekende. Door een gezamenlijke voorbespreking op zaterdag 12 juni van het juist ontvangen schouwburgprogramma in Restaurant Campman kwamen 16 belangstellenden tot een wel overwogen keuze voor regelmatig schouwburgbezoek in het seizoen 1999 – 2000. Het vooraf eten in “De derde van Mahler” (Musis) werd attent georganiseerd door Frits Berkhout.
In 1999 kwamen de Probus-dames weer vrijwel maandelijks bijeen, hetzij voor een koffieochtend, hetzij voor een gezamenlijk etentje.
Slot
Het clubleven werd ook in het verslagjaar gekenmerkt door saamhorigheid en belangstelling voor elkaars wel en wee,
Oosterbeek, 3 februari 2000
Probusclub Oosterbeek I JAARVERSLAG over 1998
In memoriam
Op 16 augustus overleed op 81-jarige leeftijd – niet onverwacht – Aad Jongerius, vanaf de oprichting in 1979 het zo toegewijde lid van onze Probusclub. Veel leden van de club waren aanwezig bij de herdenkingsdienst in de Hervormde Kerk aan de Benedendorpseweg in Oosterbeek en op de begraafplaats “Moscowa” om afscheid te nemen. De rouwdienst werd geheel verzorgd door het gezin van Aad, zodat onze voorzitter de betekenis van Aad voor de club en onze erkentelijkheid jegens hem niet publiekelijk kon uitspreken. Korte tijd later, tijdens het diner op de eerste avond van de driedaagse rondreis in augustus en in september op de clubavond, vond hij daarvoor in eigen kring een passende gelegenheid.
Persoonlijke zaken
Frits Prakke bereikte op 2 januari de leeftijd van de zeer sterken. Tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst werd hij daarvoor door de voorzitter in het zonnetje gezet. Aart Schaberg voegde zich op 23 juni bij het gezelschap van de tachtigjarigen.
Bestuurlijke en algemene zaken
Het bestuur vergaderde negenmaal, vaak met Jurjen Jager, reisorganisator.
De reeds enige jaren bestaande behoefte om de gemiddelde leeftijd van de club te verlagen leidde ertoe dat aan vier jeugdige personen het lidmaatschap van de club werd aangeboden. Gerrit van der Linde werd geïnstalleerd op 23 februari, Tim Timmers op 27 april, Jacques Weber op 25 mei en tenslotte Herman Lamers op 23 november. Bij die gelegenheid brachten de nieuwe leden ook hun levensbericht uit. Was de gemiddelde leeftijd (rekenkundig) van de clubleden op I januari 76,4 jaar, op 31 december bedroeg deze 76,1 jaar.
Het naderende vierde lustrum van de club was reden een lustrumcommissie in het leven te roepen teneinde het bestuur te adviseren over de wijze van viering. Caspar Jonkman, Gerrit Licht en Peter Snethlage bemanden deze commissie. In nauw overleg met het bestuur kwamen zij tot een aantrekkelijk voorlopig programma waaraan in de loop van 1999 de laatste hand zal worden gelegd.
Jannie Jongerius was bereid ook na het overlijden van Aad de teksten voor het Smoelenboek te kalligraferen. Albert de Boer ging de nieuwe leden fotograferen. In de novembervergadering kon een geheel bijgewerkte versie van het Smoelenboek worden overhandigd aan de vier nieuwe leden, met aanvullingsbladen voor de reeds zittende leden.
Nadat Herman Kahmann er jaren voor had gezorgd, nam Frits Berkhout met ingang van 27 april de zorg voor de diaprojectie etc. op zich.
Albert de Boer en ondergetekende zegden toe met behulp van Jurjen Jager het fotoarchief van de club te bewerken. Uit de verzameling van Aad Jongerius is reeds een selectie gemaakt.
In de jaarvergadering op 23 februari verliet na goedkeuring van zijn jaarverslag Henk de Vos, die eerst penningmeester en daarna secretaris was geweest, het bestuur. Hij werd als secretaris opgevolgd door ondergetekende. Nadat de penningmeester was gedechargeerd voor het in 1997 gevoerde beleid, werden als leden van de kascommissie benoemd Bob Schönthaler en Gerrit Licht.
Aan het eind van het verslagjaar bestond het bestuur uit: ir. G. Verheul, voorzitter dr. J. S. Meulenhoff, secretaris, drs. P. Kuiper, penningmeester.
Op 31 december 1998 telde onze club 28 leden en er waren 34 Probusdames.
Clubavonden
In restaurant Campman vonden negen clubavonden plaats, en wel op:
19 januari: tesamen met de dames, Boerenkool- en/of zuurkoolmaaltijd bij Campman, met een beeldrapportage over 1997, op kundige wijze verzorgd door Albert de Boer
23 februari: Jaarvergadering
16 maart: Gerrit Licht over ‘Accountancy in de vaart der volken’
16 april: ir. F. M. Baud over ‘Hogesnelheidstreinen’
25 mei: Jurrie Meulenhoff over ‘Op zoek naar suiker’
22 juni: Has Bakker over ‘via Juffrouw Laps naar onze naaste familie’
28 september: ir. W M. Geluk over ‘Provinciale Staten’
19 oktober: tesamen met de dames, drs. P. Mulder over ‘Ontwikkelingssamenwerking’
23 november: Peter Snethlage over ‘De Hospitaalridders’
Op verzoek van verscheidene Probusleden, die naar de Kamermuziek-avonden op maandagavond gaan, werd besloten de rest van het seizoen 1998/1999 de clubbijeenkomsten niet op de vierde maar op de derde maandag van de maand te houden. Dit gebeurde met Ingang van 19 oktober.
Excursies
16 april: Via de bloeiende bollenvelden naar de Space Expo bij Estec in Noordwijk.
28 juli: Het sluizencomplex, hoog boven en diep onder de Neder-Rijn bij Driel.
25/26/27 augustus:
Het Driedaags uitstapje naar Roermond en naaste omgeving voerde via de Kasteeltuinen in Arcen naar het Landhotel Cox bij Roermond voor twee overnachtingen. De volgende dag bracht ons na een opknapbeurt met koffie en Maaseikse knapkoek bij ‘t Bakkemieske in het Belgische Neeroeteren naar de Klaaskenshoutzaagmolen aan de Bosbeek in het Oeterdal. Na de lunch – wederom bij ‘t Bakkermeske – werd in stromende regen een bezoek gebracht aan de Sint-Michaëlsabdijkerk in Thorn. Per boot werd de terugtocht naar de rechteroever van de Maas gemaakt. Op de terugweg naar Oosterbeek e.o. werd de boomgaard van de heer Fleuren aangedaan. Aan hem was in 1996 De Zilveren Wesp toegekend vanwege zijn milieusparende teeltwijzen. Het door Jurjen Jager beloofde afzakketje werd genoten bij Venray.
20 november: In Schoonhoven werd het Zilveren Klokkenmuseum bezocht, met na de lunch een rondrit door de Krimpener- en Lopikerwaard en tot slot een bezoek aan de ” Crimpenerhof”.
De oudejaarswandeling voor de clubleden bleek niet op gepaste wijze in het oudejaar te kunnen plaatsvinden en werd omgezet in een overigens traditioneel verlopende wandeling in het nieuwe jaar.
Aan de daguitstapjes namen als gebruikelijk ook steeds vele Probusdames deel.
Nevenactiviteiten
Has Bakker regelde voor ca. 15 clubleden met hun dames op de van hem bekende zorgvuldige en overzichtelijke wijze het gezamenlijk bezoek aan de schouwburg in het seizoen 1998 – 1999. Voor het daarbij behorende gezamenlijke eten in Musis Sacrum was regelmatig belangstelling. Om met Has Bakker Hennie Kuiper te citeren: “Als het stuk tegenvalt, hebben we tenminste gezellig samen gegeten”.
De tireurs die op vrijdagochtend het jeu de boules-spel bedrijven, berichtten het bestuur als volgt:
“Het jeu de boules werd ook in 1998 met enthousiasme beoefend voor zover de regen geen spelbreker was. Tot vreugde der deelnemers liet de opzichter van “Het Gelders Landschap” bij de speelplaats een bank zetten. Deze staat er nog steeds, ongehavend. De pannenkoeken na het spel of – wanneer de baan afgekeurd was – zonder spel, smaakten de spelers uitstekend. ”
Zoals gebruikelijk, kwamen de Probus-dames vrijwel maandelijks bijeen, hetzij op een woensdagochtendkoffie hetzij tijdens een maaltijd of kunstgaleriebezoek.
Slot
Ook dit jaar werd het clubleven gekenmerkt door een sfeer van saamhorigheid en een vriendschappelijke belangstelling voor elkaars wel en wee.
J. S. Meulenhoff, secretaris Oosterbeek, 30 januari 1999
Probusclub Oosterbeek I Verslag van de Secretaris over 1997.
In Memoriam :
Op 25 Oktober overleed onverwacht Jan Rameau, clublid sinds 1983. Voor de rouwdienst in de Vredebergkerk heeft onze voorzitter nog eens gezegd hoe een trouw en gewaardeerd lid van onze club Jan altijd was.
Ook past het hier het heengaan op 29 Juli te gedenken van Mieke Meulenhoff – Huyser van Rheenen . Op 4 Augustus werd zij eveneens vanuit de Vredebergkerk begraven. Vele clubleden en dames volgden de baar. Hun gedachtenis zij tot zegen.
Personalia :
Ook in het afgelopen jaar hadden leden te maken met soms langdurige ziekte. Enkele verbleven kortere of langere tijd in het ziekenhuis. Ten anderen groeide het aantal tachtigjarigen; en op 24 April ontving Gerben Lenstra ons in hotel”De Branding ” te Doorwerth vanwege zijn 90-e ( ! ) verjaardag.
Op 31 December telde onze club 25 Leden, er traden in 1997 geen nieuwe leden toe .
Clubavonden :
We begonnen 1997 met de traditionele boeren- , zuurkoolmaaltijd, samen met de dames. Albert de Boer leidde er de fotoexpositie over 1996 in en toonde een videofilm over oud Den Haag, Jurriën Jager richtte het komende excursieprogramma toe. We namen afscheid van Joop en Trees Eijkhout, die naar Zutphen waren vertrokken. Tijdens de jaarvergadering op 25 Februari droeg Casper Jonkman het voorzitterschap over aan Gerard Verheul. Per 1 Januari trad Piet Kuiper op als penningmeester en werd Henk de Vos secretaris.
De laatste vertelde aan de hand van dia’s van zijn ervaringen in het Land van Maas & Waal tussen 1971 en 1975.
Voorts :
24 Maart: Jurriën Jager: ” werken met drugsverslaafden en het behandelen met methadon”.
28 April : W. J . Holtslag, arts, lid van probusclub 2, : “De IJssel en zijn invloed op de Achterhoek en Kampen”.
26 Mei: Dr. H.H. Sol, lid van probusclub 3: “Het milieu en de bedrijven.”
23 Juni: Gerard Verheul: “Jordanië. ”
22 September: Frits Berkhout: ” Drijvende stuwen in Waal, Rijn en IJssel 1952 – 1968 . Waarom? ”
26 Oktober: met dames, Mevrouw M.H. van Dijk – Gotlieb: “De Shakers”
Tijdens deze vergadering bedankte de voorzitter Huug Scheer voor de uitstekende manier, waarop hij zes jaar lang reisleider was.
24 November: Ds. C. Beukman, theol. drs. : ” De ramen van Chagall in Mainz . ”
In de besprekingen van de lezingen lieten de leden blijken, dat zij met aandacht en critische betrokkenheid de inleiders aan hadden gehoord.
Excursies :
21 Mei : Per “Winnemuller” reden we door de Achterhoek naar de boekenstad, Bredevoort, waar de heer Reusink ons rondleidde. Na een lunch in restaurant Bertram bezochten verscheidene deelnemers antiquariaten en kochten boeken.
21 Juli : Door bemiddeling van Gerri Licht konden we “het Dorp” bezoeken. De directrice, Mevrouw Hardeman , hield een inleiding met dias; 3 bewoners leidden ons rond. Bij het afscheid kregen we het jubileumboek, het “Dorp van binnen en buiten ” cadeau.
11 September: Verzorgden tot nu toe Jurriën en Huug samen de tochten, met ingang van deze drie-daagse reis trad Jurriën alleen op als reisleider, krachtig door zijn Liesbeth gesteund .
We reisden eerst naar Schokland, waar de agrariër Vercraye ons enthousiast rondleidde. Na de lunch bracht Winnemuller ons naar Dokkum. We logeerden er aangenaam in De Posthoorn ” . De volgende dag voeren we naar Ameland en bezichtigden per bus van de ” Veonn ” het eiland. Na een lunch in De Zwaan ” te Hollum wandelden we onder leiding van de heer P.J. Borscht door dat dorp en bezochten de kerk en het museum.
Per gemotoriseerde trekschuit voeren we de laatste dag door de Dokkummer rachten. Daarna keerden we via Zwolle naar huis terug.
27 November: In stromende regen bracht ” Winnemuller ons naar Leiden. Daar maakten we met een boot van de rederij “Rembrand” een rondvaart door de grachten van die stad. Na een lunch in “Oud Leyden reden we naar Zoeterwoude voor een bezoek aan de Heineken Brouwerijen .
30 December : Per trein en auto gingen we voor de oudejaarswandeling naar Zutphen. Bij het station wachtte ons oud-lid, Joop Eijkhout, ons op. Hij bracht ons naar “Pierrot” , waar de koffie al klaar stond. De heer Goseman liet ons veel belangwekkende en mooie punten van deze oude stad zien. In “ierrot” aten we voortreffelijke erwtensoep alvorens naar huis terug te keren.
Bestuur:
In 1997 vergaderde het bestuur 7 keer. Vaak was ook de reis leiding aanwezig .
3 .
Gedurende het verslagjaar bestond het bestuur uit:
| voorzitter | ||
| Drs . | P. Kuiper | penningmees ter |
| Ds . | H. J. de Vos | secretaris |
reisleider: J.H. Jager, arts
kascommissie: J . A. Schönthaler G. D. Licht, R. A.
Algemeen :
Door de goede zorgen van Herman Kahmann is het groot model van onze stichtingsoorkonde verduurzaamd. Het hangt nu in onze vergaderzaal .
Nevenactiviteiten:
In 1997 werd gefietst noch gewandeld. Wel bezocht onder leiding van Has Bakker een aantal leden en dames enige, zorgvuldig gekozen schouwburgvoorstellingen . Onveranderlijk kwamen op Vrij dagmorgen ijs en weder dienende ” de jeu-de-boulers samen in het donkere bomen bos en aten na gedane ontspanning een pannenkoek al dan niet op seniorenformaat.Verme1d mag worden, dat op 15 Augustus een partuur bestaande uit Thom van Deel, Herman Kahmann en Bob Schënthaler de maximumoverwinning in dit spel behaalde van 13 – 0. De namen van de verliezers zijn bij het bestuur bekend.
Zoals ieder jaar hielden de dames maandelijks een koffieochtend bij een van de deelneemsters thuis. Het bestuur vernam, dat daar steeds een opgewekte stemming heerste.
Slot :
Ook in het afgelopen jaar was er in de club een vriendschappelijke sfeer en gaven de leden elkaar steun, waar en wanneer dat nodig was.
- J. de Vos Secretaris . Probusclub
Oosterbeek I
Jaarverslag van de Secretaris over 1996.
Algemeen .
De Probusclub Oosterbeek I startte zijn 17e verenigingsjaar 1996 met de traditionele boerenkool/ zuurkoolmaaltijd en even traditioneeel waren ook de dames daarbij uitgenodigd. Wederom verzorgde Albert de Boer op een groot aantal panelen de foto-exposititie van alle evenementen van 1995. De jaarlijkse huishoudelijke vergadering vond plaats op 26 Februari en in die vergadering werden twee nieuwe leden geïnstalleerd, te weten Jurjen Jager en Gerrit Licht. Zij schetsten ons hun levensloop. Peter Snethlage trad af als secretaris . Hij werd royaal bedankt voor de wij ze waarop hij gedurende drie jaar het secretariaat behartigde. Joop Eijkhout werd tot zijn opvolger gekozen. De funktieverdeling was in 1996 als volgt:
| Behouden Huys in het Scheepvaartmuseum te Amsterdam en aan de Jan Steen exposi tie in het Rij ksmuseum. | |
| 27 December | . Oudejaarswandeling in Wijk bij Duurstede. |
voorzitter : Caspar Jonkman secretaris : Joop Eijkhout penningmeester : Henk de Vos
reisleider : Huug Scheer
Kas commissie : Piet Kuiper en Bob Schönthaler.
Lezingen .
22 Januari : Albert de Boer ‘Den Haag vroeger en nu’
25 Maart : Nine en Jan Rameau ‘Edelstenen’
22 April : Ir. Sieders ‘Octrooien’
20 Mei : Piet Kuiper ‘De motor van Wardenier’
24 Juni : Joop Eijkhout ‘Boekbinden”
23 September : Has Bakker “Terugkijken en Rondkij ken ”
28 Oktober : Dr. H.J. Ponsteen De Airborne Herdenkingen ”
25 November : Piet Wiepkema “Genetische manipulatie bij dieren ” .
Het gaat te ver om in dit jaarverslag een samenvatting te geven van al deze lezingen. Het zij voldoende om op te merken, dat alle sprekers veel tijd en arbeid aan hun spreekbeurten gaven, veel waardevolle informatie en discussie verschaften en ieders dank daarvoor mochten ontvangen .
Excursies .
| : dagexcursie naar de scheepswerf van der Giessen de Noord. | |
| Juli | : Middagbezoek aan het Museum van het Korps Rijdende Artillerie in Arnhem. |
| 3-4-5 September | : Driedaagse zomerexcursie naar Stad en Land van de provincie Groningen. |
| 12 November | : Najaarsexcursie met een bezoek aan het |
Aan deze excursies werd door een groot aantal leden deel genomen; ook de dames waren goed vertegenwoordigd. Het waren stuk voor stuk geslaagde bezoeken en eenieder zal er goede herinneringen aan bewaren. Huug Scheer als reisleider kan terugzien op een succesvol excursiej aar en verdient alle lof voor zijn onopvallende, maar trefzekere organisatie- en leidinggevende rol.
Nevenaktiviteiten .
Naast het vaste jaarprogramma van clubbij enkomsten en excursies bloeiden ook in 1996 onderhuids allerlei nevenaktiviteiten, die door bepaalde leden voor hun clubvrienden/liefhebbers werden georganiseerd. Er werden fiets- en wandeltochten gehouden, men bezocht muziek- en theateravonden. Ook het Jeu-de -Boulesspel werd druk beoefend en met pannekoeken “afgerond ” . Voor de dames was er iedere maand op woensdag een koffieochtend, roulerend gehouden bij een der deelneemsters thuis .
Diversen .
- Het ledental bedroeg in 1996 constant 26. Gerrit Licht, Jurjen Jager en Frits Berkhout verwelkomden we als nieuw lid. Joop Eijkhout verhuisde naar Zutphen en moest daardoor helaas als lid bedanken. Hij werd per 1 December opgevolgd als secretaris door Henk de Vos, wiens penningmeesterschap werd overgenomen door Piet Kuiper.
- Het bestuur vergaderde in 1996 zevenmaal. Meestal was daarbij ook de reisleider Huug Scheer aanwezig. Onderwerpen van gesprek waren o.a. de voorbereiding van clubavonden en excursies, de werving van nieuwe leden, de financiën en het “aanzoeken van sprekers en bestuurcandidaten.
Tenslotte zij vermeld, dat in het voorbije jaar meerdere leden in hun persoonlijk- en familieleven ingrijpende evenementen ervoeren van droevige maar ook van blij de aard. In het medeleven en -beleven van hun clubvrienden manifesteerde zich de ware betekenis van de probusgedachte, zoals ook verwoord in de lenstra vertaling van het probuslied:
” Zo’n vriendenkring geeft een dimensie erbij” .
aldus opgemaakt door de vorige secretaris, J. A. Eijkhout .
Toegevoegd moet nog worden, dat in de Novembervergadering Frits Berkhout werd ge installeerd als lid. In diezelfde vergadering gaf hij zijn levensbericht.
de huidige secretaris
I. J. de Vos
De jaarverslagen van 1993, 1994 en 1995 zijn met de hand geschreven en ontbreken hier.
Probusclub Oosterbeek
Verslag van de secretaris over 1992
In de loop van het verslagjaar werden 10 huishoudelijke vergaderingen gehouden, alle in Restaurant Campman te Renkum. In de maanden augustus ( 3—dagen—trip) en december werden geen vergaderingen belegd. Evenals in 1991 werd het jaar besloten met een rondwandeling in Arnhem o.l.v. Mr. K. Schaap, oud—stadsarchivarus van Arnhem, waarbij o.a. een bezoek gebracht werd aan het Huis der Provincie, waar ons koffie werd aangeboden. In de Bodega serveerde “Arie” ons op zijn eigen wijze de speciaal voor ons bereide erwtensoep.
| In 7 vergaderingen werd door leden van de club een inleiding gehouden, te weten door | |
| Aad Jongerius over De mens van Gogh | in januari |
| Thom van Deel over Predestinatie | in maart |
| Herman Kahmann over Oost—Europa | in april en juli |
| Aart Schaberg over De invloed van de samenleving op ons handelen en besluiten | in juni |
| Gerard Verheul over Consul ting ervaringen in Indonesië | in september |
|
Henk de Vos over Schotland In 2 vergaderingen was het woord aan een externe spreker, en wel |
in november |
| Ir. C.P. van Goor over Brazil ie, vroeger en nu | in mei en |
|
Pater B. Kahmann over Hendrik Andriessen, een veelzijdig musicus |
in oktober |
| In de februari—vergadering gaven de nieuwe leden Guus Feberwee en Piet Kuiper een korte | |
levensschets .
Voor de vergaderingen in januari en oktober werden ook de dames uitgenodigd.
De voorjaarsexcursie (15/4) bracht ons in Zoetermeer, waar we kennis maakten met zowel het oude als het nieuwe Zoetermeer. Ook werd een bezoek gebracht aan de bakkerij van Jongerius .Over1aden met geschenken in de vorm van bakkerijprodukten vertrokken we rond het middaguur naar Den Haag, waar een bezoek aan het Omniversum (Blue Planet) dan wel aan het Museon tot de mogelijkheden behoorde.
De najaarsexcursie (10/11) voerde ons naar de Brabantse langgevelboerderü ‘De Schater in Luygestel, waar Marie—Cécile Moerdijk ons vergastte op haar liedjes en conférence. ‘s Middags reden we door het Grenspark de Kempen — langs de smokkelroute —waarbij onze gids ons zeer vermaakte met zijn talloze anecdoten.
De zomerreis ( 25,26, 27/8) had als eindbestemming hotel ‘De Eese, dat een plezierige accommodatie biedt. De weg er heen bracht ons in Ketelhaven (koffie) en Urk (lunch) , en vervolgens dwars door de Noord Oost polder via Steenwijk, richting ‘De Weerribben Dit Nationale Park werd de tweede dag bezocht. Op de derde dag werd nog een bezoek gebracht aan de kolonie Frederiksoord alvorens huiswaarts werd gekeerd.
De organisatie van zowel de beide excursies als de zomer reis was in de bekwame handen van onze reisorganisator Huug Scheer .
Een aparte vermelding verdient het zgn. hink—stap—sprong—diner van 11 februari, een initiatief van Janny en Aad Jongerius en Titia en Has Bakker. Aperitief en hoofd terwijl de koffie met elkaar in de gastvrije woning van Noor en Frits Prakke gebruikt werd. Alles bijelkaar een zeer bijzondere en geslaagde gebeurtenis.
De in het vorig jaar geentameerde nevenaktiviteiten werden door kleinere groepen van gevarieerde samenstelling voortgezet, zoals-gezamelijk concert. Of schouwburgbezoek, wandelen, fietsen, schaken en het jeu de boules, welk laatste spel met de grootst mogelijke regelmaat door een achttal -spelers -schier wekelijks beoefend .
Blijkens het verslag van Probus Nederland waren er ultimo 1991 in Nederland 225 ingeschreven clubs, dat is 26 meer dan in het voorafgaande jaar. De derde Nederlandse Probusdag werd op 22 oktober in Ede gehouden en werd voor onze club bijgewoond door Casper Jonkman en Bob Schönthaler .
Onze club telde op 1 januari 1992 24 leden. Tot onze spijt moesten wij afscheid nemen van Kor van der Beek, die ruim 11 jaar lid van onze club is geweest, en van januari 1985 tot januari 1988 als voorzitter fungeerde.
Op het jaareinde telt de club derhalve 23 leden.
In de febrarivergadering trad Jan van Leeuwen af als penningmeester, een functie die hij vanaf 1 januari 1987 vervuld had. In zijn plaats werd Casper Jonkman benoemd, zodat het bestuur thans gevormd wordt door
| Ir. H. Bakker | voorzitter | |
| J. A. Schönthaler | secretaris | |
| Dr. C. Jonkman | penningmeester |
12 februari 1993
Schönthaler, secretaris
Verslag van de secretaris over 1991 .
De nieuwjaarsontmoeting vond plaats op dinsdagmorgen 8 januari . We troffen elkaar in het Rijksmuseum Kröller Müller in Otterlo en brachten onder deskundige leiding een bezoek aan de tentoonstelling ‘Sculptuur uit Afrika en Oceanië’. Na afloop gebruikten wij de koffiemaaltijd in De Koperen Kop .
In de loop van het jaar werden 10 huishoudelijke vergaderingen gehouden, alle in Restaurant Campman in Renkum. In de maanden augustus (3dagentrip) en december werden geen vergaderingen belegd . Het jaar werd besloten met een wandeling door Arnhem o.l.v. Mr . K. Schaap , oud —stadsarchivaris van Arnhem op maandagmorgen 30 december . De wandeling werd besloten met het nuttigen van een kop erwtensoep met toebehoren in de Bodega.
In 4 huishoudelijke vergaderingen werd door clubleden een inleiding gehouden, te weten
| Henk de Vos | korte levensschets | april |
| Casper Jonkman | idem | idem |
| Has Bakker | Reis naar Zuid Afrika | mei |
| Albert de Boer | Munster praatje | juli |
| Frits Prakke | De rechten van de mens | september |
| Daarnaast werden nog 3 externe | sprekers uitgenodigd: | |
| A. H. Mohr | Onze familienaam | februari |
| Dr. Ir. L. R. Oldeman | Wereld Bodem Degradatie | |
| in kaart gebracht | oktober | |
| Mw. P.J. M. Lamaker | Kleding als beeldteken | november |
In de vergadering van maart vond een door een ieder als indrukwekkend ondervonden presentatie van door Aad Jongerius gemaakte dia’s van de wandschilderingen in de Sint Cunibertus van Wahlwiller plaats. Deze beelden werden muzikaal omlijst door een compositie van Franz Liszt, getiteld Via Crucis, uitgevoerd door het Nederlands Kamerkoor met pianobegeleiding van Reinbert de Leeuw.
Later op de avond bekeken wij met veel plezier de video—film, die Henk Sulman maakte tijdens de 3—dagen—trip van 1990 in Brugge.
De januari en de junivergadering werden geheel besteed aan huishoudelijke zaken, waarbij een enquête naar de onderscheiden belangstellingsvelden van de clubleden leidde tot de organisatie van een aantal nevenactiviteiten.
Een ander punt van aandacht betrof de aanschaf van gehoorapparatuur, voor de keuze waarvan Albert de Boer, Henk Sulman en Henk de Vos zich ingespannen hebben. Besloten werd gehoor apparatuur aan te schaffen die geschikt is voor het gebruik van kinbeugels.
Voorts werd besloten het zgn. smoelenboek voortaan in zwart/ wit uit te voeren, terwijl Eduard Coljée daarvoor de zorg op zich nam.
De zomerreis (26/8 28/8 ) bracht ons dit jaar naar Boekelo, waar we logeerden in het fraaie Ressorthotel . De tweede dag bezochten we Munster waar we genoten van de vele historische bezienswaardigheden, waaronder de Vredeszaal. Het Munster praatje van Albert in de juli vergadering had ons daarvoor al aardig in de startblokken gezet. Dit was de laatste 3—dagen—trip die touroperator Henk Sulman, samen met Renée , voor ons voorbereidde en die —zoals steeds— weer uitstekend georganiseerd bleek.
De organisatie van de 3—dagen—trip in 1992 werd aan Huug Scheer toe— vertrouwd, die dit jaar ook 2 interessante dagexcursies organiseerde, en wel op 8 maart naar het Nederlands Scheepvaart Museum in Amsterdam en op 13 november naar de Nederlands Spoorwegen en het Spoorwegmuseum in Utrecht . Voor de organisatie van deze laatste tocht ontving hij aanmerkelijke steun van Gerard Verheul.
Op de tocht naar Utrecht maakten we ook kennis met t Het Probus lied‘ , door de Engelsman George Main gedicht en getoonzet. Bob Schonthaler bestelde in Engeland tekst , muziek en een cassettebandje, dat in de bus werd afgespeeld. De tekst werd al spoedig door een ieder mee— gezongen. De laatste woorden PROBUS, THE CLUB FOR ieders instemming.
Blijkens het verslag van PROBUS NEDERLAND waren er ultimo 1990 in Nederland 199 ingeschreven clubs met ca. 5.000 leden, d .i. gemiddeld 25 leden per club.
Onze club telde per 1 januari 1991 22 leden. Tot onze spijt moesten wij afscheid nemen van Joop Meyberg , meer dan 12 jaar lid van onze club ( en van zijn vrouw Nel enkele maanden later) . Aan het einde van het verslagjaar traden als lid toe Guus Feberwee en Piet Kuiper , zodat het aantal leden thans 23 bedraagt .
Aan het einde van de januari —vergadering trad Aart Schaberg als voorzitter af na gedurende een periode van 3 jaar leiding aan de club gegeven te hebben. Hij droeg het voorzitterschap over aan Has Bakker., zodat het bestuur thans gevormd wordt door:
| Ir . Bakker | voorzitter |
| A . Schönthaler | secretaris |
| Mr . J . E. van Leeuwen | penningmeester . |
Verslag van de secretaris over 1990.
Het jaar werd begonnen met een gezellige nieuwjaarsborrel , waarvoor Nine en Jan Rameau hun huis gastvrij ter beschikking stelden.
In de loop van het jaar werden 9 huishoudelijke vergaderingen geconvoceerd, waarvan de februari—vergadering wegens hevige storm geannuleerd moest worden.
In de maanden juli, augustus ( 3—dagen—trip ) en december vonden er geen vergaderingen plaats. Alle vergaderingen werden gehouden in Restaurant Campman in Renkum.
In 5 van deze vergaderingen werd een inleiding gehouden door een clublid, te weten:
| Frits Prakke Wat beweegt Oost—Europa met zijn massa—demonstraties | januari |
| Aard Schaberg De ontwikkeling van Noord—Canada | februari |
| Kor van der Beek: New Age of de Aquariussamenzwering | mei |
| Lex Roselaar . Muziek en muziekkritiek * | september |
|
Gerard Verheul 40 jaar spoorweg loopbaan Voor deze bijeenkomst werden ook de dames uitgenodigd. Sprekers van ‘buiten’ waren dit jaar . |
oktober |
| Ir. R. K. Koopmans . Nieuwe ontwikkelingen van de landbouw in de USSR | april |
| Prof . Dr. J.D. de Jong: Geologische monumenten; spelingen der natuur | juni |
| Prof. Dr. W. Blok . Iets over de Islam en de islamietische soefimystiek november |
De jaarlijkse 3—dagen—trip ging dit jaar naar Zeeuws—Vlaanderen ( 27/8 – 29/8
Wij logeerden in het Churchill hotel te Terneuzen, bezochten op onze weg daarheen Sint Niklaas, waar de prachtige kerk bezichtigd werd, bezochten de tweede dag Brugge en reisden de derde dag in de comfortabele touringcar van de Betuwe Expres; via een bezoek aan de OIA te Breda, waar we van een uitgebreide lunch genoten, terug naar huis. Onze tour—operator Henk Sulman had weer voor een voortreffelijk georganiseerd uitje gezorgd, waarvoor de club hem veel dank verschuldigd is. Aan deze tocht namen 32 personen deel, waarvan een aantal b; thuiskomst zich voornamen de moede leden langdurig te strekken. Ook de inleiding van het Probuslid uit Terneuzen over Zeeuws— Vlaanderen was voor de meesten teveel van het goede na een lande reisdag en een gezellig diner.
Naar verluid heeft onze tour—operator de plannen voor het jaar 1991 al weer rond, waarbij hij zeker rekening gehouden zal hebben met de genoemde bezwaren.
Eerder dit jaar stond een dagtrip op het programma, waarbij een bezoek gebracht werd aan de Volvo—Car febriek te Born 5 april) . Steeds weer blijkt voor dit soort tochten een levendige belangstelling te bestaan, zodat het overweging verdient de frekwentie daarvan wat op te voeren.
Naast vormen van ontmoeting vonden er in het verslagjaar ook nog een 6—tal koffie—bijeenkomsten van de dames plaats , waarbij één van hun als gastvrouw optreedt.
Op 27 mei 1991 werd op uitnodiging van Rotary Club Oosterbeek een hunner bijeenkomsten in Motel West—End bijgewoond .
Uit het jaarverslag van Probus Nederland blijkt dat er in ons land eind 1989 clubs bestaan met ca. 4500 leden, d.i. gemiddeld 24 à 25 leden per club.
Onze club telde per 1 januari 1990 21 leden. In het beging van het jaar trad Ir. G. Verheul uit Wolfheze als lid toe, terwijl in de laatste vergadering ds. H. J. de Vos uit Doorwerth zich daartoe bereid verklaarde.
Ons lid Jan van der Heyde moest tot onze spijt wegens persoonlijke omstandig— heden bedanken als zodanig.
Dr . C. Jonkman, die eveneens de laatste vergadering in 1990 ter kennismaking aanwezig was, kan eerst in de loop van januari 1991 beslissen of hij als lid kan toetreden in verband met bestaande andere verplichtingen.
Op eind 1990 telt onze club derhalve 22 leden.
Het bestuur wordt gevormd door:
Prof. Dr. A. Schaberg voorzitter
| .J.A.T. Schönthaler | secretaris |
| Mr. J. E. van Leeuwen | penningmeester |
* Tot de maart—vergadering werd deze funktie gedurende 4 jaar waargenomen door H.K. Kahmann
Wolfheze, 8 januari 1991
J. A. T. Schönthaler secretaris
1990 is het oudste beschikbare jaarverslag. In de periode 1979 – 1989 zijn geen jaarverslagen gemaakt; misschien waren er ook geen jaarvergadeingen.